?Als uw kind vraagt…- *„Zijn de andere mensen allemaal verdronken?"* — Ja. Zo staat het in de Tora, en dat valt niet weg te verklaren. Zeg het rustig en kort, en blijf dan bij wat uw kind kan dragen: Noach heeft 120 jaar gewaarschuwd en werd uitgelachen. Geen details, geen beelden.
- *„Waarom bad Noach niet voor de anderen?"* — Een heel goede vraag; de uitleggers stellen hem ook. Awraham zal later wél pleiten voor Sedom. Een glad antwoord bestaat niet — zeg gerust: „Daarover wordt tot vandaag gediscussieerd." Kinderen verdragen open vragen beter dan verzonnen antwoorden.
- *„Spraken alle mensen echt één taal?"* — Zo vertelt de Tora het, en zij noemt de taal: Iwriet. Dat er vandaag ruim zevenduizend talen zijn, maakt de vraag alleen maar groter: waar komt al die verscheidenheid vandaan? Onze parasja geeft het oudste antwoord dat wij kennen.
- *„Staat de toren er nog?"* — Van de toren uit de parasja is niets over — maar in Babylon stond werkelijk een reuzentoren: de ziggoerat Etemenanki, van gebakken stenen en aardpek, precies de techniek die de Tora noemt (11:3). Ruïnes ervan liggen tot vandaag in Irak.
Voorzichtig met… De vloed zelf: in deel 1 volstaan regen en redding; verdrinkende mensen horen niet in beeld en niet in het gesprek (onze illustraties tonen ze nooit). Nimrod: deel 3 vertelt over een geweldheerser — tien- tot twaalfjarigen dragen dat, als verhaaltje voor het slapengaan voor jongere broertjes en zusjes is het niets. En: geen ondergangstoon — de regenboog is de toezegging dat het níét weer gebeurt; het hoofdstuk eindigt in veiligheid.