BereschitNoach
Bildzone — Motiv folgt nach Freigabe der Darstellungsregeln

Zo doortrapt was Nimrod, dat hij zichzelf tot god verhief en eiste dat iedereen voor hem zou knielen. Hij liet een toren bouwen van ronde stenen met stutten diep in de aarde. Daarboven plaatste hij een troon van cederhout dat vastgemetseld was in steen. Op de cedertroon maakte hij een troon van ijzer, dat vastgeklonken was in het cederhout. Daarboven kwam een troon van koper; daarboven een van zilver en daarboven een van goud. Op de gouden troon liet hij uiteindelijk een troon van edelstenen en paarlen maken. Nimrod steeg op zijn hoge troon en alle mensen en volkeren moesten voor hem komen en aan de voeten van zijn troon knielen. De mensen uit de tijd van Nimrod kenden de geschiedenis van de maboel (zondvloed). Ze waren continu bang dat het weer zou gebeuren. Daarom gingen ze in de vallei van Bavel wonen. Gezamenlijk voelden zij zich sterk tegenover de natuurelementen, maar ook tegenover Hasjeem.

3