De toren van Bavel

Deel 2

Na de maboel (zondvloed, grote overstroming) waren er weer veel mensen op de wereld. Ze spraken allemaal dezelfde taal, Iwriet. Dat was makkelijk. Je kon gewoon je eigen taal spreken met iemand uit een ander land. Maar er waren in die tijd nog geen andere landen, want alle mensen woonden vlak bij elkaar in een heel groot dal in Bawel, dat ook wel Babylonië genoemd wordt (tegenwoordig ligt daar Irak).

De mensen na de maboel waren ook niet goed. Ze waren bij elkaar gaan wonen omdat ze bang waren geworden voor G'd na de maboel. Ze waren het er niet mee eens dat ze moesten luisteren naar Hasjeem en niet mochten doen waar ze zin in hadden. Ze kwamen in opstand. Hun koning Nimrod zei: „Waarom moet Hasjeem de baas spelen over ons? Laten wíj de baas spelen over Hasjeem! Laten we een enorme toren bouwen, die zo hoog is dat we tegen Hasjeem in de hemel kunnen vechten. Als we eenmaal in de hemel zijn, kunnen wij de macht overnemen."

Omdat ze allemaal dezelfde taal spraken, waren ze het al snel met elkaar eens. Ze vonden het allemaal een goed idee. Ze bakten stenen, en binnen de kortste keren was de toren zo hoog dat de top in de wolken verdween. De Toren van Babel, de migdal Bawel, werd een top-project.

Ze werkten wel goed samen, maar het werd toch een onmenselijke maatschappij. Als er een timmerman van de toren naar beneden viel, lag daar niemand wakker van. Maar als er een steen naar beneden viel en brak, begon iedereen te huilen. Dat was natuurlijk niet goed.

2