Alle vrienden en kennissen van No-ach kwamen bij hem op bezoek. Ze vroegen hem wat hij aan het doen was. „Ik bouw een boot, want er komt straks een hele grote overstroming. Hasjeem is heel kwaad op alle stoute en slechte mensen, die nooit iets voor iemand anders over hebben", zei No-ach. Maar iedereen lachte No-ach uit. Niemand geloofde, dat er een overstroming zou komen.
Hasjeem stuurde alle dieren naar de Ark van No-ach. Het was een heel gedrang. Van de niet-kosjere dieren kwamen er twee van elke soort: twee eekhoorns, twee spinnen, twee olifanten. Van de kosjere dieren kwamen er telkens veertien: veertien koeien, veertien schapen en veertien kippen. Ieder dier kreeg zijn eigen kooi of hok en eigen eten. Daar werd goed voor gezorgd door No-ach en zijn familie.
